Politiek incorrect – waarom (zelf)censuur slecht is voor uw gezondheid

Deze vakantie het ik ‘Politiek incorrect‘ gelezen van schrijver/filosoof/polemist Johan Sanctorum. Voor mij een hele opgave.
Je moet weten: ik ben een links politicus, en dus heb ik in de ogen van Johan Sanctorum 2 gigantische gebreken:

  1. een absoluut gebrek aan humor.
  2. een permanent-politiek-correcte-kramp die vele malen groter is dan mijn gezond verstand.

En – voor het geval dat ik dat zelf niet in de gaten zou hebben – de schrijver pepert dat er in de eerste bladzijdes nog eens goed in.

Ja, dit boek is voor mij dus een hele opgave. Gelukkig is het boek goed geschreven, in een uitdagende stijl die de aandacht vast houdt, niet al te dik, en op de beste momenten – pas op, daar komt het – grappig.

waarom (zelf)censuur slecht is voor uw gezondheid

In de eerste helft van het boek verklaart Sanctorum de ondertitel. Aan de hand van verschillende goed uitgewerkte voorbeelden op gebieden als multiculturaliteit, racisme en feminisme toont hij, hoe wij aan informele (zelf)censuur dreigen te doen, en soms/vaak ook doen. Hij hekelt de zwijgcultuur, de afwezigheid van een parler-vrai en een open debatcultuur. Met dat laatste ben ik het volledig eens, maar ik zit toch heel de tijd met een ongemak, dat uiteindelijk aan het licht komt op blz. 178: ‘Dit boek is in vele opzichten een eerbetoon aan Theo Van Gogh, door een moslimfanaticus vermoord.

Sanctorum heeft gelijk. Moslimfanatici moeten geen medemensen vermoorden. En Amerikaanse tieners moeten geen raids op middelbare scholen uitvoeren. En Noren moeten niet per boot naar een eiland varen om de aanwezige jongeren neer te schieten. Alleen heeft de tweede helft van de zin niks, maar dan ook niks, met de eerste helft te maken. Het vermoeden rijst dat dit boek uiteindelijk een ander doel dient, dan de ondertitel laat uitschijnen.

waarom een ondertitel niet altijd de lading dekt

En dat vermoeden wint in de tweede helft van het boek alleen maar aan kracht. ‘Zo lang wij op de een of andere manier tot het Belgisch bestel horen, zullen wij geconfronteerd worden met een globaal democratisch deficit, een lakse politieke klasse, een beduimelde particratie, een volksvreemd universum, te weinig ambitie op intellectueel vlak, een onbestaande opendebatcultuur, en media die vooral met politieke correctheid begaan zijn.‘ Met andere woorden: we moeten de onafhankelijke Vlaamse republiek uitroepen om al deze kwalen op te lossen. En dat vlak nadat Jan Jambon en Wouter Beke (Vlaamse ministers) even genadeloos zijn gefileerd, als de federale collega’s Sophie Wilmès en Maggie De Block.

Dus kunnen we de stelling beter als volgt formuleren: We moeten al deze kwalen oplossen om de onafhankelijke republiek Vlaanderen uit te kunnen roepen.

En dan is mijn bedenking: eerst deze kwalen oplossen? Graag. Maar wat is dan nog precies de meerwaarde van die onafhankelijkheid?

Wat heb ik van dit boek geleerd (ik blijf ten slotte leraar)?

  1. In de eerste plaats – en dat vind ik de kracht van dit boek – dat ik zelf medeverantwoordelijk ben voor de zwijgcultuur en het tekort aan open debat.
  2. dat ‘het onderwijs geen impulsen tot mentale opwaardering geeft, de media evenmin. Ze cultiveren de middelmatigheid, trekken de kaart van het status quo, de oikofobische schaamte en de schrik om te excelleren, individueel en als gemeenschap‘.
    Gelukkig volgt na punt 2 een punt 3.
  3. Dat ‘de kunst om beledigingen te incasseren een sleutelgegeven is, in de identiteitsvorming van een individu of een groep of een gemeenschap.’
  4. Dat je niet altijd op de ondertitel van een boek moet afgaan om je een idee over de inhoud te vormen.
  5. Dat ik naast Apache en Mo* Magazine, misschien wat vaker artikels van Doorbraak.be moet lezen:-)

 



Wil je op de hoogte blijven van mijn plannen voor morgen of overmorgen? Of misschien zelfs die van vandaag? Schrijf je in op mijn Nasbrief.