Over speelpleintjes en hangjongeren

Dagboek van een politiek jogger – 14

Vandaag stapte ik in de auto om te gaan joggen. Ik verklaar mij nader. Ik stapte in mijn auto om naar Smetlede te rijden en vertrok al joggend vanaf de kerk. Als ik het voorgaande herlees, lijkt mij dit vrij belachelijk. Toch had ik er twee gegronde redenen voor.

  1. Sinds gisterenavond zit er reclame voor De Coöperatie op mijn achteruit. Dan kan mijn auto beter in het zicht staan dan op mijn oprit.
  2. In Wanzele en Lede heb ik zo langzamerhand alle straten gedaan. Tijd dus om de 4 uitersten te gaan verkennen.

Ik startte mijn rondje langs de Molenhoek en Oordegemkouter. De steenweg van Smetlede naar Oordegem dus. Op zo’n moment is politiek joggen zeer nuttig. Het voetpad ligt er vreselijk bij en voor fietsers is deze baan een zo mogelijk nog grotere uitdaging. Je zult maar 12 jaar oud zijn, in Oordegem wonen en met de fiets naar Lede rijden om je eerste kids-id op te halen. Mijn bewondering voor fietsers die deze weg afleggen is groot.

Verder sprak niemand mij aan, tot ik bijna terug bij mijn auto was. Een man stond onkruid te wieden in zijn tuin, maar zag mij passeren en hield mij tegen.

“Jan, als De Coöperatie aan de macht komt, komt er dan eindelijk een speeltuintje voor de kinderen in Smetlede?”

We hadden een zeer boeiende discussie die samengevat op het volgende neerkwam:

  1. Er zijn in Groot-Lede al een aantal speeltuintjes en -pleinen. Er is er nog één op komst, maar het mogen er gerust meer zijn.
  2. In Impe en Smetlede is op dit moment nog niks. Een speeltuin in deze deelgemeentes zou zeer goed zijn.
  3. We moeten speeltuintjes breed genoeg zien: als een soort ‘rustpunten’, waar ouders en grootouders met hun kinderen en kleinkinderen naartoe komen, maar waar ook tieners hun plaats vinden. Dit kan door aangepaste tuigen en een klein sportpleintje met een basketbalring.
  4. Het aantal speeltuintjes dat nodig is, hangt ook af van het mobiliteitsplan. Een kind kan gerust 500 meter (of meer) afleggen, als het veilig naar het speeltuintje kan fietsen of stappen. Investeren in ‘rustpunten’ en fietspaden gaan dus hand in hand.
  5. Maar … ik maak geen beloftes, zolang ik de prijs van aanleg en onderhoud niet ken.

Daarbij: gedurende deze campagne groeit mijn overtuiging dat er een nieuw jeugdhuis moet komen met de dag . Wij kunnen wel allemaal sakkeren op onze hangjongeren, maar voor de tieners en jonge twintigers is er zo weinig voorzien: een skateplein aan de sporthal dat niet in optimale conditie is, een gesloten jeugdhuis en een gebrek aan ‘hangplaatsen’. Sportverenigingen, jeugdverenigingen en kunstacademie kunnen (en doen) veel. Maar de jeugd heeft ook nood aan een plek waar ze jeugd kan zijn. Zonder pottenkijkers van mijn generatie.

De laatste hectometers naar mijn auto legde ik af in de overtuiging dat ik er weer wat huiswerk bij had: op zoek naar de prijs van een speeltuin, een jeugdhuis en een aantal fietspaden. Terwijl de gemeentekas op dit moment niet bepaald tot de rand gevuld is.

Maar ja. Politiek, is dat niet een permanente evenwichtsoefening tussen wat je wil en wat je kan?

Mijn volledige dagboek kun je lezen op de website van De Coöperatie.

 

Naschrift: het skatepark is ondertussen in volle glorie hersteld en een enthousiaste ploeg jongeren is goed op weg om het jeugdhuis te heropenen. De eerste activiteiten om geld in te zamelen zijn al achter de rug. Rest dus de ‘rustpunten’ voor de verschillende deelgemeentes. Een mooie uitdaging voor de nabije toekomst.



Wil je op de hoogte blijven van mijn plannen voor morgen of overmorgen? Of misschien zelfs die van vandaag? Schrijf je in op mijn Nasbrief.