De generaal van het dode leger – Ismail Kadare

De generaal van het dode leger van Ismail Kadare kocht ik naar aanleiding van mijn zomervakantie in Albanië. Min of meer per toeval had ik dus – na De Slag van Artura Barea – op korte tijd een tweede boek uit de reeks ‘Kritische Klassieken’ van uitgeverij Schokland in handen. Een tweede topboek ook. Het is absoluut lovenswaardig dat deze uitgeverij het risico neemt om deze vergeten parels op te diepen en uit te brengen. Telkens in een zeer verzorgde uitgave, voorzien van deskundige commentaren, in dit geval van Piet De Moor.

De Albanese schrijver Ismail Kadare hoort thuis in een rijtje waarin ook Michail Boelgakov en Joseph Brodsky thuishoren. Het rijtje van romanschrijvers dat werkt onder een zeer repressieve dictatuur, en dat daarover schrijft in een zo geromantiseerde vorm dat de censuur en de repressie hen in de mate van het mogelijke met rust laat. In het geval van Kadare gaat het dan over de communistische dictator Enver Hoxha (en zijn echtgenote).

Hoxha zat met een dubbele houding tegenover Kadare. De dictator studeerde in Frankrijk alvorens in Brussel te werken. Hij hield daar een grote voorliefde voor met name Franse romanciers als Flaubert aan over. Een Albanese schrijver met buitenlands succes streelde dus de ijdelheid van de partijleider even veel als de inhoud hem tegen stak. Piet De Moor vertelt hier zeer helder over in zijn nawoord. (Ik las het nawoord als nawoord, maar ik kan iedereen aanbevelen om het als voorwoord te lezen)

De generaal van het dode leger is de debuutroman van Ismail Kadare. Het verscheen in 1963. De eerste Nederlandse vertaling verscheen in 1972, deze uitgave van Schokland verscheen verleden jaar. Het taalgebruik werkt bevreemdend. De vertelstijl is gortdroog, beschrijvend, zonder emotie en zonder een woord te veel. Ook de structuur komt zeer willekeurig over. Toch is dit alles slechts schijn.

De structuur is 3-ledig. In het eerste deel vertelt Kadare het verhaal van de naamloze Italiaanse generaal die 20 jaar na afloop van de tweede wereldoorlog de opdracht krijgt om de tienduizenden Italiaanse gesneuvelde soldaten in Albanië op te graven en terug te brengen naar hun thuisland. Hij wordt vergezeld door een priester en bijgestaan door een groep Albanese medewerkers.

En dan, op pagina 56, stelt Kadare de vraag: “Wat kan ik nu nog schrijven? Al het andere is niets dan eentonige kroniek …”

Om vanaf pagina 57 verder te gaan met een schitterend 2e en 3e deel.

Het tweede deel is bestaat uit een stel kortverhalen binnen een raamvertelling. Het raamverhaal vertelt over alle tegenslagen die de expeditie ondervindt (slecht weer, foute locaties, verdwenen lijken, een soms vijandige sfeer bij de plaatselijke bevolking, …). De kortverhalen belichten op schitterende wijze bepaalde details uit de expeditie (het eerste bordeel in Ghirokaster, de gedeserteerde Italiaanse soldaat die landbouwknecht werd, de bewakingspost aan de brug, …)

Gaandeweg wordt wel duidelijk dat de fiere generaal meer en meer aan zijn missie en zichzelf begint te twijfelen. Zijn gemoed en denkvermogen komen op een gevaarlijk hellend vlak.

En dat mondt uit in een magistraal 3e deel. De schrijfwijze is nog altijd even minimaal en gortdroog, maar toch slaagt Kadare erin om het einde van de missie op een manier te beschrijven die je langzaam bij de keel grijpt. Je komt terecht in een surrealistische sfeer waarbij je je ook als lezer meer en meer afvraagt hoe het zal aflopen met onze generaal, onze priester, alle opgegraven lichamen en kolonel Z.

De generaal van het dode leger is een absolute aanrader. Je hoeft echt niet te wachten tot je zelf naar Albanië reist.



Wil je op de hoogte blijven van mijn plannen voor morgen of overmorgen? Of misschien zelfs die van vandaag? Schrijf je in op mijn Nasbrief.