bovenhuids

Bovenhuids

Bovenhuids is een roman uit 2018 van dorpsgenoot Dimitri Verbelen. Het eerste wat opvalt, is dat aan deze roman zeer veel opzoekingswerk is voorafgegaan. Geen garantie op kwaliteit, ook geen garantie op leesplezier, maar het helpt wel. Gelukkig zijn leesplezier en kwaliteit in Bovenhuids ruimschoots aanwezig.

De roman vertelt vier verhalen. 2 verhalen in Congo en 2 in België. Maar er is een overlapping. Die overlapping gebeurt niet toevallig in het epicentrum van Vlaanderen: de stad Aalst. De ontknoping speelt zich ook niet voor niets af vlak voor de Vasten: tijdens Aalst Carnaval.

De eerste verhaallijn volgt Murhala Muhini en pakt je direct bij de keel. In het openingstafereel zie je hoe het leven van Murhala drastisch verandert, en wat de gevolgen zijn. We volgen de eerste dagen van de jongen bij de plaatselijke roversbende, genaamd militie. Met een zeer rake pen weet Verbelen de manier te beschrijven waarop buitenlanders het land leegzuigen, hoe plaatselijke warlords gretig mee profiteren, hoe de overheid systematisch de andere kant op kijkt, en hoe gewone dorpelingen te midden van het geweld hun leven proberen uit te bouwen. Het leidt geen twijfel dat we Murhala later in het boek nog tegen zullen komen.

De tweede verhaallijn speelt zich af in Butembo (Oost-Congo), waar Alain Dumont, een uitgeweken Vlaming, al decennia lang actief is voor een plaatselijke NGO. Hij trouwde met Aline Tsongo, het strafste personage uit het boek, en ze kregen een zoon Dieumerci. Alain geniet van zijn levenswerk: een Coöperatie waarin de plaatselijke boeren samenwerken en hun omstandigheden verbeteren. Aline zet zich in voor de verbetering van het plaatselijk onderwijs. In haar vrije tijd keept zij voor de plaatselijke vrouwenvoetbalploeg. Ook hier weet de schrijver ongelooflijk beeldend en sfeerrijk het plaatselijke leven te vatten.

Ondertussen leeft Ronan Willems zijn middelbare scholierenleven in Aalst. Deels in zijn gezin, met een werkloze vader die de wereld op gezette tijdstippen redt van achter de toog, en een hardwerkende moeder die het gezin draaiende probeert te houden. Deels op school. Waar hij overleeft schuin achter de rug van de ongelooflijk knappe en ongelooflijk rechtvaardige Zoë Van Houten.

En dan is er The Cutter, die samen met zijn bende de buurt van het station onveilig maakt.

De verhalen groeien slechts geleidelijk naar elkaar toe, al voel je vrij snel de dreiging van een slechte afloop. Maar eens Aalst Carnaval losbarst, laat het boek je niet meer los. Pagina na pagina wordt je meegesleurd in de meest verrassende plotwendingen en wordt je heen en weer geslingerd tussen hoop en vrees.

De afloop van het verhaal verklappen, staat gelijk met het verspillen van een heleboel leesplezier. Laat me zeggen dat hier een zeer goede verteller aan het woord is, die een goede roman kan opbouwen, met een zeer mooi taalgebruik en een zeer goed geïntegreerde en nooit storende portie maatschappijkritiek.

Voor puur plezier zonder mondmasker moet je in je eigen zetel zijn … met dit boek.



Wil je op de hoogte blijven van mijn plannen voor morgen of overmorgen? Of misschien zelfs die van vandaag? Schrijf je in op mijn Nasbrief.