Zen

Zen en de kunst van het motoronderhoud – een onderzoek naar waarden

Zen en de kunst van het motoronderhoud is een boek van de Amerikaanse schrijver en filosoof Robert M. Pirsig. Het boek dateert uit 1974, de eerste vertaling is uit 1976. Ik las het boek een eerste keer als tiener in de jaren ‘80. Een 2e keer als student in de jaren ‘90, en nu – ruim een kwarteeuw later – heb ik het een derde keer gelezen.

Voor de mensen die nu denken: “Oh jee, een boek van en over hippies met een boeddhafixatie”, heb ik een geruststelling. Pirsig schrijft zelf als voorafgaande opmerking: “Dit boek moet op geen enkele wijze in verband gebracht worden met die grote bron van feitelijke informatie die betrekking heeft op de beoefening van het orthodoxe Zen Boedddhisme. Het heeft feitelijk ook niet zoveel met motorfietsen te maken”.

Robert Pirsig komt uit een familie van Duits-Zweedse afkomst. Hij was hoogbegaafd en ging op 15-jarige leeftijd naar de universiteit. Dat was te vroeg. Hij werd weggestuurd wegens onvoldoende en onvolwassen. Daarna trok hij door de States, ging in het leger, vocht in Korea, ging terug naar de universiteit om zijn studies af te maken en bestudeerde daarna Oosterse filosofie aan de Banaras-Hindu universiteit in India. Van 1961 tot 1963 verbleef hij in diverse psychiatrische klinieken, waar hij met elektroshocks werd behandeld voor paranoïde schizofrenie. Ondanks die shocks werd hij 89 jaar. Hij overleed in 2017.

De voorgaande paragraaf had ik gerust kunnen overslaan. Het hoofdpersonage in Zen en de kunst van het motoronderhoud heeft verrassend veel gemeen met de schrijver. Zowel de hoogbegaafdheid als het studie- en professioneel parcours lopen parallel. De elektroshocks worden vooral gesuggereerd.

Op een eerste niveau is dit boek een roadbook, zoals ‘On the Road’ van Jack Kerouac. Het hoofdpersonage maakt een motortrip van Minnesota naar de westkust met zijn 11-jarige zoon en een bevriend koppel. Maar dit verhaal is slechts een kapstok die Pirsig gebruikt om zijn eigen filosofie te ontwikkelen. De motor is daarbij een handig hulpmiddel om zijn argumenten op een relatief eenvoudige manier in de praktijk te demonstreren. De schrijver ontwikkelt zijn filosofie in de vorm van een Chautauqua, oorspronkelijk een vorm van reizende volwasseneneducatie op het Amerikaanse platteland, bestaande uit een mengsel van onderwijs, amusement en cultuur. Het plaatselijke Davidsfonds dus.

Op een tweede niveau krijg je een snelcursus filosofiegeschiedenis, of dan toch dat deel van de geschiedenis dat in zijn kraam past.

Op een derde niveau ontwikkelt Pirsig zijn eigen filosofie. Hij start met het onderscheid tussen het romantische waarnemen en het klassieke waarnemen. Het eerste gaat over het waarnemen van wat aan de oppervlakte ligt, het tweede zoekt ook naar de onderliggende lagen en mechanismen (handig als je op dat moment een motorfiets hebt om te demonstreren). Van daaruit analyseert hij logica (‘hoe los ik een probleem op’) en retorica (‘hoe leg ik het uit’), om tot de conclusie te komen dat niet alles uit te leggen is, en niet ieder probleem met logica op te lossen is. Daarom lanceert hij het begrip ‘kwaliteit’ een begrip dat hij ongedefinieerd laat, en waarmee hij romantisch en klassiek waarnemen, logica en intuïtie wil verzoenen. Een ingewikkeld denkproces waarmee hij ook dreigt vast te lopen en zeer dicht in de buurt van godsdienst komt.
Steeds loert Phaedrus – een spook uit het verleden – mee op de achtergrond.

Daarnaast denkt het boek ook na over de kwaliteit van je leven, en uit het twijfels over onze taal, ons schoolsysteem tot zelfs onze manier van wetenschap bedrijven. In die zin denk ik dat dit boek kan aanslaan bij die generatie jongeren die nu de straat op trekt, om ook uiting te geven aan die twijfels.

Ik heb dit boek 3x gelezen. Ik heb er 3x mijn kop over gebroken en ik heb er 3x niet alles van begrepen. Gelukkig stelt het slotbeeld mij gerust. Dit beeld geeft het ultieme bewijs dat een oplossing soms minder ver ligt, dan je denkt. En dat geeft mij moed voor een 4e lezing, wanneer ik met pensioen ben.

Maar eerst wil ik het vervolg lezen: Lila, een onderzoek naar zeden, dat 15 jaar later verscheen. Het staat in mijn boekenkast, en de 1e 50 pagina’s heb ik al eens gelezen. Nu is het tijd voor het volledige boek.



Wil je op de hoogte blijven van mijn plannen voor morgen of overmorgen? Of misschien zelfs die van vandaag? Schrijf je in op mijn Nasbrief.